Contact

EGO-onderwijs

Intentieverklaring van: OBS It Kruirêd te Mûnein

Deze intentieverklaring heeft betrekking op alle betrokkenen, verbonden aan de school. De intenties gelden voor kinderen, leerkrachten, directie, onderwijsondersteunend personeel, ouders en bestuur. De uitgangspunten zijn geformuleerd naar de kinderen toe, maar gelden uiteraard ook voor alle andere interacties.
Erkend door: MR van It Kruirêd.

Intenties / uitgangspunten

It Kruirêd  streeft ernaar om onderwijs en opvoeding in te richten:

  1. Waarbij kinderen kunnen opgroeien als vrije verantwoordelijke mensen, die verbonden zijn met zichzelf, anderen, de omgeving en het grote levensgeheel.
  2. Waarbij begeleiders zich proberen in te leven in de kinderen, om daar hun aanpak op af te stemmen.
  3. Waarbij de basis van het leren wordt beoogd, doordat kinderen worden uitgedaagd in situaties die aansluiten bij hun niveau en belevingswereld.
  4. Waarbij kinderen zich veelzijdig ontwikkelen.
  5. Waarbij verbondenheid, welbevinden en betrokkenheid erg belangrijk zijn.
  6. Met aandacht voor de basisbehoeften van individuele kinderen.
  7. Met aandacht voor een gave sociaal-emotionele ontwikkeling.
Pedagogisch-didactische vertaling

It Kruirêd  probeert concreet gevolg te geven aan de intenties, door zich te richten op:

2.1.a - Kinderen, teamleden en ouders die inspraak hebben en mede verantwoordelijkheid dragen voor de hele schoolgemeenschap. Op basis van een open onderlinge communicatie tussen het team, de kinderen en de ouders.
2.1.b - Een wisselwerking tussen ouders, leerlingen en team waarbij (binnen grenzen) vrijdenkende, verantwoordelijke kinderen zich kunnen ontwikkelen. Op basis van intense en open relaties geven wij  kinderen het vertrouwen dat ze zelf veel kunnen. Kinderen zijn autonoom.
2.1.c - Activiteiten die verbondenheid tot stand brengen met zichzelf, de ander(en), voorwerpen/materialen, de groep / samenleving, de omgeving en het levensgeheel.
2.2 - Een aanpak waarbij leerkrachten  proberen om zich te verplaatsen in kinderen, en vanuit dat oogpunt nieuwe uitdagingen te bieden.
2.3 - Uitdagingen bieden die aansluiten bij de leef- en belevingswereld van het kind, zodat het ervarene, geleerde werkelijk beklijft. De begeleiders proberen de omgeving en de begeleiding zo in te richten dat kinderen worden uitgedaagd.
2.4 - Een uitdagend, van te voren vastgesteld aanbod op alle ontwikkelingsdomeinen:
♦ Grove motoriek, ♦ Fijne motoriek, ♦ Representatie: beeldend, ♦ Representatie: taalvaardigheid, ♦ Begrijpen van de fysische wereld, ♦ Sociale competentie, ♦ Wiskundig en logisch denken, ♦ Zelfsturing.
2.5 - Een procesgerichte aanpak met een procesgericht kindvolgsysteem. De begeleiders observeren en toetsen op regelmatige tijdstippen, om te bepalen in welke mate er sprake is van:
Verbondenheid:
Weten wat leeft in jezelf (“Ik voel…..”), ♦ Gedachten, gevoelens, ervaringen kunnen verwoorden (Ïk vind….”).
Welbevinden:
♦ Genieten, plezier beleven, ♦ Ontspanning en innerlijke rust, ♦ Vitaliteit, ♦ Openheid, ♦ Spontaniteit, zichzelf durven zijn, ♦ Zelfvertrouwen, assertiviteit, een positief zelfbeeld, ♦ In voeling met zichzelf.
Betrokkenheid:
♦ Concentratie, ♦ Nauwkeurigheid, ♦ Energie, ♦ Reactietijd, ♦ Complexiteit en creativiteit, ♦ Verwoording, ♦ Mimiek en houding, ♦ Voldoening, ♦ Persistentie (doorzettingsvermogen)

Om op basis van 3 pijlers:
* Rijk milieu (een goed voorbereide omgeving / beredeneerd aanbod)
* ErvaringsGerichte dialoog (inlevend gesprek)
* Leerlingeninitiatief (leerlingen en begeleiders maken samen het onderwijs

en 5 betrokkenheidsverhogende factoren:
* Sfeer en relatie (Een prettig en veilige contact)
* Aanpassing aan het niveau (Uitdaging op maat)
* Werkelijkheidsnabijheid (Aansluitend aan leefwereld van de kinderen)
* Activiteit (Veel mogelijkheden om ‘te doen’)
*  Vrij initiatief (Keuzemogelijkheden)

te trachten om een goede ontwikkeling (weer) op gang te houden of te krijgen.Waarbij begeleiders bij hun aanpak onderscheid maken tussen kinderen die:
* Autonoom kunnen werken (Zij hebben de leerkracht nauwelijks nodig)
* Autonoom kunnen werken na instructie (Zij kunnen zelfstandig aan de slag nadat ze strategieën en werkwijzen hebben uitgewisseld)
* (Tijdelijk) aan de hand genomen moeten worden (Zij hebben onvoldoende steun aan de werkwijzen, methodes en materialen)
* Met een handelingsplan of eigen leerlijn werken (Zij worden intensief begeleid (hierover is altijd contact met ouders)

De organisatie kent 5 werkvormen om differentiatie en geïndividualiseerde trajecten mogelijk te maken:
♦ Kring en Forum, ♦ Hoekenwerk en Contractwerk, ♦ Projectwerk, ♦ Ateliers, ♦ Vrije keuze.

2.6 Acties en interacties met gevoel voor de (individuele) basisbehoeften:
* Lichamelijke behoeften
* Behoefte aan affectie, warmte, tederheid
* Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid, continuïteit
* Behoefte aan erkenning
* Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
* Behoefte om moreel ‘in orde’ te zijn.

2.7 Acties en interacties die het voor kinderen en begeleiders mogelijk maken om emoties en gevoelens te (h)erkennen, te benoemen en te differentiëren, zowel preventief als curatief.

3) Zorgbreedte(grens)

It Kruirêd spreekt van zorg bij een kind, als er sprake is van onvoldoende (of geen) betrokkenheid en/of welbevinden bij één of meerdere ontwikkelingsdomeinen. Het kind is dan niet of onvoldoende in ontwikkeling.In situaties waar begeleiders onvoldoende in staat zijn om zich te verplaatsen in kinderen, om de acties en interacties met een goed welbevinden en een grote betrokkenheid te laten verlopen, zal (een gedeelte van) het team een ervaringsreconstructie maken van het kind en het proces, om gezamenlijk zicht te krijgen op, en verantwoordelijk te zijn voor: het proces en de vervolgmogelijkheden.

De zorgbreedtegrens is bereikt wanneer begeleiders, ondanks alle inspanningen, niet in staat zijn om het welbevinden en de betrokkenheid van kinderen die het slecht maken te verhogen.

Wat verwachten wij van leerkrachten, ouders en leerlingen?

01) Begeleiders beheersen het niveau van de ‘basisopleiding’ (Oriëntatie op de principes van het E.G.O.) Iedere begeleider op It Kruirêd leest het boek: Ervaringsgericht Onderwijs van M.v.Herpen. Dit boek is aanwezig op school
02)Begeleiders zijn bereid om professioneel en intensief met elkaar samen te werken.
03) Begeleiders hebben een goed inlevingsvermogen.
04) Begeleiders zijn in staat om hun groep zelf organisatorisch te begeleiden.
05) Begeleiders bekwamen zich voortdurend in de ontwikkeling en de leerlijnen van hun groep en vertalen dat in het aanbod (lessen)
06) Begeleiders werken procesmatig. (Observatie, analyse, interventie, evaluatie).
07) Begeleiders zijn goed gespreksvaardig naar kinderen, ouders en collega’s.
08) Begeleiders kunnen goed reflecteren, analyseren en voeren ‘permanent’ gesprekken m.b.t.
* Eigen functioneren
* Groeps functioneren
* Functioneren van de leerling
09) Begeleiders werken steeds aan verbetering van hun eigen handelen.
10) Ouders tonen grote betrokkenheid, door mee te helpen met activiteiten (zie verder ook onze schoolgids).
11) Kinderen tonen betrokkenheid en hebben de intentie zich optimaal te ontwikkelen.